Volkswagen zakt diep weg in betrouwbaarheidsonderzoek
Volkswagen stond decennialang bekend om solide techniek, betrouwbare auto’s en nuchtere Duitse logica. Maar volgens het nieuwste J.D. Power-onderzoek naar voertuigbetrouwbaarheid voor 2026 bungelt het merk nu onderaan, met 301 problemen per 100 auto’s. Daarmee scoort Volkswagen slechter dan merken als Land Rover en Volvo, die juist berucht zijn om hun storingen.
De cijfers uit het J.D. Power-onderzoek zijn geen toevalstreffer, maar een signaal van structureel falen. Het onderzoek kijkt naar drie jaar oude auto’s, dus in dit geval modellen uit 2023. Precies de periode waarin Volkswagen vol inzette op digitalisering: schermen vervingen knoppen en over-the-air updates moesten de auto’s toekomstbestendig maken.
Het resultaat? Infotainmentsystemen die moeite hebben met smartphonekoppeling, software-updates die nieuwe bugs veroorzaken en simpele functies waarvoor je eindeloos moet tikken en vegen. Volkswagens keuze om fysieke knoppen te vervangen door aanraakgevoelige panelen heeft het interieur niet gemoderniseerd, maar juist onhandiger gemaakt. Volgens J.D. Power klagen veel eigenaren over functies die het leven makkelijker moesten maken, maar vooral frustratie opleveren.
Het wrange is dat het zelden om grote mechanische rampen gaat. Het zijn dagelijkse ergernissen die het vertrouwen langzaam uithollen.
Plug-in hybrides blijken bovendien de meest storingsgevoelige aandrijflijn, met gemiddeld 281 problemen per 100 auto’s. Klassieke benzinemotoren, vooral die van Japanse makelij, blijven op lange termijn betrouwbaarder dan hun geëlektrificeerde tegenhangers. Merken als Lexus (151 problemen per 100 auto’s) en Buick (160) profiteren van behoudende techniek en stapsgewijze verbetering. Zij laten digitale hoogmoed links liggen en kiezen voor bewezen hardware.
Volkswagen daarentegen waagde de sprong in het diepe. Het verschil tussen ambitie en uitvoering werd pijnlijk zichtbaar. Critici noemen het een schoolvoorbeeld van marketing die het wint van technische discipline. In de drang om modern te lijken, verspeelde Volkswagen het betrouwbaarheidskapitaal dat het in decennia had opgebouwd. Volgens het onderzoek heeft 58 procent van de gemelde problemen betrekking op functies die de eigenaar weinig opleveren.
Volkswagen positioneert zich dicht bij het premiumsegment, maar de cijfers laten zien dat de bouwkwaliteit en gebruikerservaring inmiddels achterblijven bij goedkopere concurrenten. Dat tast de restwaarde en het merkimago aan. Voor markten waar Volkswagen nog altijd als ‘volksauto’ geldt, is dit een waarschuwing voor de tweedehandskoper. Als 2023-modellen nu al kampen met elektronische storingen, wat gebeurt er dan na vijf of tien jaar in een vochtig, koud klimaat?
Wie Duitse degelijkheid nog als vanzelfsprekend beschouwt, moet zijn verwachtingen bijstellen. De cijfers wijzen nu richting het oosten, naar fabrikanten die kiezen voor evolutie in plaats van digitale revolutie.
Technisch aanzien bouw je langzaam op, maar het is zo weer kwijt. Volkswagen staat voor de veel zwaardere opgave om vertrouwen terug te winnen dan om een dashboardknop te vervangen door een touchscreen.