Charging station
Fullscreen Image

Is de elektrische auto goed genoeg voor de burger, maar een laadstop van 20 minuten te veel voor een commissaris?

Auteur auto.pub | Gepubliceerd op: 28.05.2026

Europa’s groene transitie vertoont opnieuw een kleine maar veelzeggende barst. Niet omdat elektrische auto’s slecht zijn. Het probleem is eerder dat Brussel de elektrische auto al snel heilig verklaart, zolang iemand anders erin moet rijden.

Politico meldde dat sommige ambtenaren van de Europese Commissie ontevreden zijn omdat hun elektrische dienstauto’s een laadstop nodig hebben op de rit tussen Brussel en Straatsburg. Het gaat om grofweg 440 kilometer, vaak na een lange werkweek, soms laat op de avond, waarna ergens in Luxemburg de stekker in het laadpunt moet. Een tragedie is dat natuurlijk niet. Een gewone automobilist die met een elektrische auto van de ene stad naar de andere rijdt en ontdekt dat de lader bezet is, defect is of alleen via een of andere derde app werkt, zou op dit punt stilletjes door zijn tranen heen lachen. Welkom in het echte leven.

Daar zit precies de kern. Jarenlang kregen mensen te horen dat de elektrische auto onvermijdelijk was. Dat de verbrandingsmotor tot het verleden behoorde. Dat de markt op de schop moest, belastingen opnieuw moesten worden ingericht, fabrikanten onder druk moesten worden gezet en consumenten de juiste kant op moesten worden geduwd. Wanneer gewone mensen twijfelen, heet dat angst, gewoonte of desinformatie. Maar zodra de architecten van datzelfde systeem midden in de nacht 20 tot 30 minuten moeten stoppen om te laden, heet het ineens een „probleem met de gebruikerservaring”.

Dat ligt niet aan de elektrische auto. Veel elektrische auto’s zijn uitstekend: snel, stil, comfortabel in de stad en volkomen logisch voor wie thuis kan laden. Maar een politicus die één technologie voor iedereen verplicht wil maken, moet ook eerlijk zijn over de grenzen van die technologie. De elektrische auto is nog geen universele vervanger voor elke auto, in elk land, op elke route en voor elk budget. Hij is een prima instrument waar de omstandigheden kloppen. Slecht beleid begint zodra een instrument tot geloofsartikel wordt verheven.

De Europese Commissie zou, om eerlijk te zijn, één heel eenvoudig principe moeten hanteren. Voordat zij de markt nog hardhandiger vervormt, moeten politici leven volgens de regels die zij voor alle anderen schrijven. Niet een weekje voor de vorm. Niet voor een persfoto. Echt. Dienstauto’s moeten elektrisch zijn, laden moet op het openbare netwerk, zonder uitzonderingen, zonder gereserveerde laadplaatsen en als een laadpaal niet werkt, dan werkt hij niet. Precies zoals bij de gewone burger.

Nog beter: een commissaris zou de auto onder dezelfde omstandigheden moeten gebruiken als een gemiddelde Europeaan. Geen aparte chauffeur die het ongemak opvangt. Geen reserveauto om de hoek. Geen stille logistieke tovenarij die de problemen wegpoetst voordat de commissaris überhaupt instapt. Als het beleid goed is, overleeft het de praktijk. Zo niet, dan ligt de fout niet bij de mensen, maar bij het beleid.

Op dit moment ontstaat de indruk dat de elektrische auto ideaal is voor Brussel, zolang de nadelen terechtkomen bij de belastingbetaler, de autofabrikant, de kleine ondernemer of degene die ver van een grote stad woont. De Commissie wil de elektrificatie van wagenparken versnellen, emissieregels aanscherpen en de markt een duidelijk signaal geven. Toch erkennen de eigen documenten van de Commissie dat laadinfrastructuur, prijs, restwaarde en gebruikersgedrag echte problemen zijn. Die verdwijnen niet met een slogan. En ook niet omdat een ambtenaar „groene transitie” met voldoende plechtige stem uitspreekt.

Het meest cynische is dat een auto voor gewone mensen niet zomaar een moreel statement is. Het is geld. Het is naar het werk kunnen. Het is kinderen ergens naartoe brengen, in het weekend rijden, naar het platteland gaan, een aanhanger trekken, omgaan met kou en soms ontdekken dat het laadstation simpelweg op de verkeerde plek staat. Voor een Brusselse commissaris is een laadstop een ongemak. Voor veel Europeanen kan een slecht getimede of onbetaalbare elektrische verplichting uitgroeien tot een probleem van enkele duizenden euro’s.

De regel kan dus eenvoudig zijn: neem mensen geen keuzes af voordat je eigen keuze vlekkeloos werkt. Duw de markt niet in één richting voordat de infrastructuur, prijzen en gebruikerservaring volwassen zijn. En geef het publiek geen lesje geduld wanneer een laadstop van 20 minuten op de terugweg uit Straatsburg al genoeg is om de machtscentra zenuwachtig te maken.

Elektrische auto’s komen er hoe dan ook. Ze worden goedkoper, beter en makkelijker om mee te leven. De markt doet zijn werk als hij tijd en verstandige voorwaarden krijgt. Maar beleid dat enthousiasme van burgers verwacht terwijl politici zelf het ongemak niet verdragen, is geen groene transitie. Het is een morele parkeerboete op wielen.

Als de Europese Commissie wil dat mensen elektrische auto’s vertrouwen, kan ze met iets eenvoudigs beginnen. Rij erin. Laad ze op. Verdraag dezelfde ongemakken. En wanneer haar ambtenaren op een dag eerlijk kunnen zeggen dat het systeem inmiddels goed werkt, is het misschien redelijk om van de rest van Europa hetzelfde te verwachten.