Dacia houdt vast aan de naam Spring nu zijn betaalbare elektrische stadsauto naar Europese productie verhuist
Dacia heeft bevestigd dat zijn elektrische stadsauto van de volgende generatie de naam Spring blijft dragen. Het blijft Dacia's meest eenvoudige EV, maar het grote nieuws is deze keer de Europese productie, niet een radicale technische herziening.
De Spring blijft trouw aan zijn oorspronkelijke opzet.
De Spring werd in 2021 geïntroduceerd en bracht Dacia met een eenvoudige formule naar de EV-markt: een lage prijs, vier zitplaatsen, een bescheiden energieverbruik en voldoende actieradius voor gebruik in de stad. Volgens Dacia heeft het model in Europa bijna 210.000 kopers gevonden, al is de verkoop recent wat van het vroege momentum kwijtgeraakt.
De nieuwe Spring moet voor Dacia niet worden neergezet als een model waarop alles aankomt. Voor het merk gaat het eerder om een noodzakelijke modelupdate, om een uiterst betaalbare EV in het aanbod te houden op een moment dat concurrenten naar dezelfde prijsklasse opschuiven.
De belangrijkste verandering is de overstap naar productie in Europa. Dat geeft Dacia een sterkere positie in markten waar stimuleringsmaatregelen, invoerheffingen en oorsprongsregels steeds meer de prijs van goedkope elektrische auto's bepalen. Als Dacia de prijs onder de 18.000 euro kan houden, blijft de Spring een van de betaalbaarste EV's van Europa.
Voorlopig houdt Dacia het technische verhaal simpel. Het merk belooft een volledig elektrische aandrijflijn, vier volwaardige zitplaatsen en een behoorlijke bagageruimte. Volledige details over de batterij, het vermogen, de actieradius en de laadsnelheid zijn nog niet bekendgemaakt.
De Spring heeft het rijk niet langer alleen. De Citroën ë-C3, Leapmotor T03 en de komende Renault Twingo E-Tech laten zien dat het segment van betaalbare EV's in Europa weer serieus wordt. Dacia's voordeel moet glashelder zijn: een lagere aanschafprijs, gebruiksgemak en lage gebruikskosten.