AC Schnitzer stopt ermee en trekt eind 2026 de stekker eruit
Duitse bureaucratie blijkt de ultieme snelheidsbegrenzer.
Kohl Group, het moederbedrijf van AC Schnitzer, maakte onlangs bekend te stoppen met tuning. De reden: auto's aanpassen is in de huidige tijd ongeveer even ingewikkeld geworden als kernfysica, en ongeveer even winstgevend als faxapparaten verkopen. Topman Rainer Vogel erkende, niet zonder bitterheid, dat de Duitse certificeringsprocedures absurd zijn geworden.
Het beeld is duidelijk. Je ontwikkelt een nieuwe ophangingsset die een auto messcherp laat aanvoelen. Daarna wacht je acht of negen maanden tot een Duitse instantie de papieren afstempelt. Tegen de tijd dat zo'n technisch hoogstandje op de markt komt, werkt de concurrentie al aan het volgende model, of heeft de klant de auto alweer ingeruild omdat het leasecontract is afgelopen. Het is alsof je de 100 meter sprint probeert te winnen terwijl je een aambeeld draagt en tegelijk je belastingaangifte invult.
De tweede klap kwam uit een hoek waar niemand graag kijkt: de spiegel. Vogel gaf toe dat het bedrijf geen aansluiting vond bij een nieuwe generatie, zoals dat bij hun vaders wel lukte. Jongere kopers willen geen vette handen meer of een uitlaat die de soundtrack verzorgt. Zij willen grotere schermen en meer laadpoorten voor hun telefoon.
De opkomst van elektrische auto's kwam in de tuningwereld aan als een emmer koud water. Wat valt er nu nog te tunen? Een nieuwe regel code zodat de auto bij accelereren piept in plaats van blaft? AC Schnitzer waagde zich nog aan de i4 en zelfs aan de i5, maar laten we eerlijk zijn: in het Tesla-tijdperk is een carbon achtervleugel op een elektrische auto ongeveer even nuttig als een vulpen op een touchscreen. Het ziet er misschien interessant uit, maar niemand weet precies waarom het er zit.
Zakelijk gezien is de beslissing koeler, helderder en, dat moet gezegd, volkomen rationeel. Kohl Group gaat niet failliet. Het concern heeft simpelweg besloten dat auto's verkopen en onderhouden meer oplevert dan ze uit elkaar halen en verbeteren, afhankelijk van hoe je ernaar kijkt. Stijgende grondstofkosten, logistieke nachtmerries en volatiele wisselkoersen drukten de marges van AC Schnitzer tot ze dunner waren dan de eigen laagprofielbanden.
De tuningmarkt als geheel oogt op papier nog altijd gezond. Prognoses zetten die tegen 2031 op bijna 8 miljard dollar, omgerekend 7,4 miljard euro. Die groei komt echter vooral uit softwarematige aanpassingen en goedkope Aziatische kopieën, niet uit handgemaakt Duits vakwerk.
Het vertrek van AC Schnitzer markeert het einde van een tijdperk. Het is een teken dat een autocultuur die draaide om mechanische individualiteit aan het verdwijnen is. We bewegen naar een wereld waarin auto's op smartphonehoesjes gaan lijken: inwisselbaar, saai en steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden.
Kohl Group probeert het merk te verkopen, dus mogelijk duikt de naam AC Schnitzer later weer op, op een Chinese elektrische SUV of op een lijn lifestyle-accessoires. Maar het AC Schnitzer dat in de DTM won en harten sneller liet kloppen, verlaat het toneel.
Wie nog een set Type II-velgen in de kelder heeft liggen, doet er dus goed aan die te bewaren. Ze zijn straks misschien meer waard dan een cryptobelegging. Anders dan digitaal geld heeft een degelijk stuk Duits aluminium tenminste nog het fatsoen om echt te bestaan.